Theo

By
Updated: mei 14, 2018

In de verzameling foto’s die we onlangs kregen van Martien Binneveld zaten ook veel teamfoto’s en actie opnames van zijn broer Theo.
Als een van de 1e foto’s zag ik toen een juichende Theo die als het ware op weg was naar het fototoestel. Op de achtergrond zien we nog een speler met de beide armen in de lucht, het was duidelijk dat hier gescoord was. Theo blij, tegenstanders links en rechts op de grond of staand die een doelpunt moesten incasseren, een zwart wit plaatje uit 1978 denk ik.
De foto is gemaakt op ons sportpark, de bomen waren nog niet zo hoog als tegenwoordig en heel wazig op de achtergrond zien we woningen staan. Tegenwoordig staan daar kantoorgebouwen.
Over de juichende Theo Binneveld, die hier dus gescoord heeft, heb ik ooit een stuk geschreven in ons clubblad. Dat is geweest in 2004.
Heel wat jaren geleden alweer en het leek me een goed idee om dit artikel nogmaals te publiceren maar nu dan op de site van onze club.

EVERY PICTURE TELLS A STORY (deel 13)

Theo
Vanwege alle ophef de laatste weken rondom het omkomen van Theo van Gogh begin november dit jaar gingen mijn gedachten vaak uit naar die andere Theo.
Die andere Theo die ruim 10 jaar geleden ook om het leven kwam onder nogal vreemde omstandigheden, een Theo die tijdens zijn leven in de periode 1967 tot 1982 bij Brederodes vaak in het eerste team van de zondagafdeling speelde.
Ik bedoel Theo Binneveld.
Theo en ik waren neven, mijn moeder en zijn vader waren broer en zus en hij werd geboren twee en een halve maand voor mij. Beide families woonde toen in de binnenstad van Vianen, hij in de Molenstraat en wij ongeveer 100 meter daarvandaan in de Brederodestraat.
Het was toen halverwege de jaren 50 van de vorige eeuw een kinderrijke buurt, veel grote gezinnen die natuurlijk veel buiten op straat te vinden waren want binnen voor de t.v. of computer hangen was er toen uiteraard nog niet bij. Op de foto hiernaast staan Theo en ik als indianen verkleedt en dat is geweest in ons 1e jaar van de toen nog lagere school in de Achterstraat.
Een foto vol met chinezen, verpleegsters monniken, cowboys en missiezusters.
Theo is dat kleine indiaantje naast die grote met z’n veren in de war.
De foto is gemaakt toen in de tuin van de pastorie bij ons in de Brederodestraat en de reden van deze verkleedpartij is mij helaas ontschoten.
Nee het sociale leven speelde zich vooral buiten af en natuurlijk werd er bij ons in de straat ontzettend veel gespeeld. Voetbal natuurlijk, gewoon op straat met twee jassen als doelpaal en partijen maken door middel van poten. Ook hinkelen, verstoppertje en knikkeren als het het goede seizoen was, al waren dit toch eigenlijk meer dingen voor watjes.
Nee de echte kerels zoals Theo er een van was speelde eigenlijk alleen maar voetbal. Voor het naar school gaan, tussen de middag, na schooltijd en s’avonds altijd met de bal in de weer gewoon op de keien, partijen met een ploegje of gewoon maar schieten op een muur waar een doel op gekalkt was, of een garage deur die hiervoor ook vaak uitermate geschikt was..
Vaak bleef je dan in je eigen wijkje hangen maar een enkele keer werd je wel eens uitgedaagd door de Varkensmarkt en omgeving of door een ploegje uit de Nieuwenhuizen (tegenwoordig Hogeland).
Nou dat ging er dan op los. Veel spelregels waren er niet, wie het hardst schreeuwde en dit het langst volhield kreeg dat doelpunt en ging de wedstrijd niet helemaal naar je zin, dan liep je gewoon weg met de hele ploeg. Er was altijd wel een goede reden te vinden om een naderend verlies op deze manier te ontlopen. Beter naar de tandarts dan de schande van een verliespartij en dat van die tandarts konden ze toch maar slecht controleren.
Theo met wie ik de hele lagere school doorliep in de Achterstraat was altijd van de partij als het op voetballen aankwam. Het was bij de familie Binneveld ook een en al Brederodes dus het was niet zo vreemd dat hij op 12 jarige leeftijd bij Henk van Bemmel aan de deur stond om zich daar aan te meldden als aspirant en zijn eerste stappen in het clubvoetbal te gaan zetten.
Hij begon als keeper, zijn sprongkracht en het feit dat hij niet bang was uitgevallen viel de toenmalige jeugdtrainers op en zij maakte van Jiepie (de bijnaam van Theo) een keeper die maar moeilijk in zijn hok kon blijven. Hij had gewoon teveel energie en in veel wedstrijden speelde hij gewoon mee als vliegende kiep, eigenlijk was dit gewoon weer een verlengstuk van dat straatvoetbal van die jaren daarvoor.
Nee na 2 of 3 seizoenen was het met zijn keepers loopbaan wel gedaan. Hij ging als veldspeler verder, dat moet geweest zijn in zijn eerste junioren jaar, maar nog wel op het veld op de Mijnsheerenwaard.
Na onze lagere schooltijd gingen we samen de Lek over naar de ambachtschool in IJsselstein.
Het eerste jaar zaten we nog samen in klas 1b, daarna scheidde onze wegen zich. Hij koos voor de timmerkant, hij werd een z.g. houtluis, terwijl ik de metaal in ging, de roestkrabbers dus.
Buiten deze scheiding bleven we wel maten. In het voetbal ging Theo als een speer hogerop, hij was een van die jongens die met zijn 16 jaar al bij het seniorenvoetbal werd ingedeeld en vrij snel doorschoof naar de zondag selectie. Hier zien we hem nog staan op een foto van een A junioren team uit 1967 of 1968. Hij staat hier samen op met Cock Florie, Kees Bosman, de gebroeders Sonsma, Bertus Janssen en met bril Barend Kalden.
Zittend zien we dan nog Peter Kool, Joop(soepbal) van Bentum, Henny Verwey en Cees Ruis. Toen hij ooit zijn kans kreeg in het eerste team greep hij die met beide handen en was vanaf toen een blijvertje.
Een strijder was het, altijd bereid om achter onmogelijke ballen aan te sjouwen, tegenstanders opjagend en medespelers allerlei verwensingen toevoegen als ze in zijn ogen niet voldoende gaven.
Een meer dan bruikbare teamspeler, maar ook wel een met een gebruiksaanwijzing.
Het moet in die periode eind 60e jaren zijn geweest dat de vier broeders Binneveld in het eerste team van de zondag speelden. Van een wedstrijd, uit bij S.C.H. in Harmelen weet ik het zeker dat zij alle vier, Joop, Bep, Hans en Theo gezamenlijk meededen.
In onze schooltijd en de eerste jaren daarna gingen wij natuurlijk ook op stap buiten het voetbal om. Vaak gingen we dan naar IJsselstein, gewoon op het fietsie om daar naar het Fulco theater een bioscoopje te pikken en daar naar het Centrum te gaan, de plaatselijke jeugdsoos.
Daar op zolder onze eerste biertjes in het uitgaansleven gepakt en een beetje slijpen met de meiden op de muziek van Fleetwood Mack (Y need your love so bad) en luisteren naar de Stones.
Toen het eind jaren 60 in Valkenburg elk jaar tijdens de bouwvakvakantie dikke pret was leek het ons wel wat om daar ook eens bij te zijn. Het was in 1969, de bouwvakvakantie dat Theo op zijn Puch met smal stuurtje en ik met mijn Kreidler daar op af gingen.
Met ons mee alleen een tas met wat verschoning en een knip met contanten. Na een voorspoedige tocht en het stallen van onze vervoersmiddelen kwamen we al snel tot de ontdekking dat hier in Valkenburg op dat moment toch andere regels golden dan in andere plaatsen in ons land.
Theo en ik dachten nog wel dat we niemand kwaad deden en dus voor die winkel gerust op de stoep een biertje mochten drinken, echter de uitbater van die nering dacht daar anders over en hij had de sterke arm aan zijn zijde.
Ongeveer 3 uur na aankomst in Valkenburg konden we dus ook de binnenkant van het politiebureau goed bestuderen, en na weer een uurtje of drie konden we weer door gaan met onze vakantie. Op naar de kelder van het Witte Paard en de andere kroegen waar ik de namen allang weer vergeten ben, luisteren naar Angie van de Rolling Stones die dat jaar werkelijk grijs gedraaid werd.
Met Theo naar Maastricht om naar een concert te gaan van Cuby en the Blizzards, die bestonden toen ook al en daarna in de hal van een hotel kijken naar zwart wit beelden van die Amerikanen die op de maan rondliepen.
Theo kon dat maar weinig boeien, in dat soort dingen was hij maar matig geïnteresseerd en liever zat hij iemand uit zijn tent te lokken of te voeren om een beetje bonje te maken.
In dat soort zaken was hij niet kieskeurig. Ik kan me nog die avond stappen in Breda voor de geest halen waar hij zijn pijlen op ons richtten. De hele avond narren en stekelige opmerkingen maken totdat we het zo zat waren dat we hem bij het eerste de beste stoplicht in Breda nog uit de auto gooide met de boodschap “Vianen is die kant op je bekijk het maar, ajuus”.
Even zo goed kwam hij de middag daarna weer vrolijk naar me toe en was de hele situatie alweer vergeten. Hij was niet altijd de makkelijkste in de omgang maar als er wel eens ruis op de lijn was, dan kon het ook maar weer zo over zijn met hem. Hij bleef nooit lang rancuneus, tenminste niet op mij.
Verschillende trainers bij Brederodes hebben Theo opgesteld in zondag 1.
Ik noem George Knoop, Gijs Uitenbosch, Henk Vonk, Wim Visser Jan Blauw en Jan Koster. Waarschijnlijk ben ik er nog wel een of meer vergeten.
Met elke trainer heeft Theo wel een conflict gehad.
In Vianen kwam er op de Voorstraat een nieuwe uitgaans gelegenheid. Evergreen.
De baas van Evergreen had een apart deurbeleid, je werd door een luikje bekeken en als je er fatsoenlijk genoeg uitzag mocht je naar binnen. Wij zagen er in die jaren nogal wild uit dus ging het luikje wel open maar de daarna weer dicht en dat bleef de deur ook.
Wij dus niet naar binnen, die baas pech want nou gingen we ons geld in een ander kroeg uitgeven.
Toen later Evergreen trainingspakken aan Brederodes gaf zij Theo “Ik daar niet naar binnen, dan ook geen trainingspak aan van die gasten”.
Nou geen trainingspak van de sponsor dan ook niet meer spelen bij Brederodes, niet in zondag 1 en in geen een ander team zij de toenmalige trainer.
Had Theo weer een conflict van je jewelste. Maar ook dit werd na enkele weken weer met de mantel der liefde bedekt. Theo voetbalde nou eenmaal veels te graag en hij was in die jaren een echte teamspeler die een elftal vaak boven zich zelf uit liet stijgen door zijn vaak tomeloze inzet en nooit opgeven voordat de scheids het eindsignaal had gegeven.
Wat me in al die voetbaljaren van Theo ook was opgevallen was de snelheid die hij na een wedstrijd nog in zich had.
Ik kan me geen voetballer voor de geest halen die sneller dan Theo gedoucht en omgekleed was.
Meestal een minuut of tien na de wedstrijd was hij alweer aanwezig, vaak in de beurt van de bar met een biertje.
Hij was ook een vaste kracht in het team wat in het seizoen 1971/1972 Brederodes uit de afdeling Utrecht naar de grote K.N.V.B. liet promoveren via een kampioenschap.
De voetbalseizoenen regen zich aaneen en voor Theo werd het steeds moeilijker om het tempo te volgen. Kleine blessures hielden hem soms weken aan de kant en zijn manier van leven zorgde er ook wel voor dat elk sprintje of inspanning op het voetbalveld hem steeds minder gemakkelijk afging.
Het doek voor Theo in Brederodes 1 viel in een thuiswedstrijd tegen Vriendenschaar.
Licht geblesseerd wilde hij toch spelen en halverwege de tweede helft was de pijp leeg.
Uit vermoeidheid en frustratie om het niet meer kunnen volgen van het spel wist hij in een bepaalde situatie niks anders meer te doen dan het afzagen van een tegenstander.
Deze actie kwam hem op een donkerrode kaart te staan, we zien hem hier onder begeleiding van de toenmalige trainer Jan Koster van het veld gaan.
We zien dan op zijn gezicht al een soort berusting, na zijn schorsing wilde hij ook niet meer in het 2e team spelen, nee hij stopte zo leek het definitief.
Echter na een jaartje niet spelen liet hij zich weer overhalen en ging weer voetballen in een van de lagere teams. Voorwaarde was wel dat hij thuis opgehaald werd en liefst niet te vroeg.
In die seizoenen hebben we nog enkele wedstrijden samen gespeeld, Theo meestal maar halve, hij was het na 45 minuten meestal al weer zat, en toen ik in 1983 gestopt ben met spelen en ging scheidsrechteren hing hij voorgoed zijn schoenen aan de wilgen.
Heel af en toe kwam hij nog wel eens kijken, meestal kwam hij dan in het clubhuis aan de bar terecht. De laatste keer dat ik hem echt sprak was bij een uitwedstrijd van Brederodes bij Velox/SVVU.
Het was die wedstrijd waarin Rick (Kikker) Oudenrijn kans zag om bijna vanaf eigen helft te scoren met een fabuleuze lob. Het ging wel goed met hem vond hij zelf, hij was weer thuis bij zijn oudere broer en moeder gaan wonen in de Molenstraat en inderdaad zag ik hem wel weer eens door de buurt lopen. Voetballen daar moest hij niet meer aan denken, hij had vaak last van z’n knieën en enkels, nee een balletje trappen zat er voor hem niet meer in.
Zo werd het oktober 1992.
De ochtend na de traditionele Paardenmarkt fietste ik op weg naar mijn werk Vianen uit via de Korte Kerkstraat naar de brug der zuchten.
Naar links kijkend zag ik daar ter hoogte van de Spekdam op de Kanaaldijk dranghekken, rood witte linten en krijtstrepen op het asfalt. Nieuwsgierig als een mens kan zijn ging ik even kijken wat daar gebeurt zou kunnen zijn.
Van iemand uit de buurt daar hoorde ik de eerste geruchten, een ongeluk die afgelopen nacht, een man en een vrouw die aangereden waren door een auto, een auto die doorgereden was en de twee personen waren waarschijnlijk overleden.
Niet zo mooi en gedurende die dag werd het duidelijk wie die twee personen waren.
Een van hen was mijn neef Theo.
Na zijn bezoek aan de Paardenmarkt zou hij een vriendin van hem naar huis brengen.
Zij woonde in de Vijf Heren Landen. Lopend via de Spekdam naar hoge brug en zo naar de flats.
Wat daar die nacht exact gebeurt is op de Kanaaldijk weet maar een persoon en die zwijgt daarover in alle talen. De auto die betrokken was bij het ongeluk is nooit gevonden en de chauffeur van de auto die nacht zegt zich er niets van te kunnen herinneren.
Getuigen van dit ongeluk zijn er niet, enkele personen hebben een auto met hoge snelheid over de Kanaaldijk horen rijden, een klap gehoord en een auto horen remmen.
Toen zij ter plaatse kwamen lagen daar alleen de lichamen van Theo en de vriendin. De auto was weg, niemand iets gezien.
Wel heeft men de chauffeur van de auto kunnen traceren en hoewel hij toegaf daar geweest te zijn rond die tijd met een auto is de zaak tegen hem nooit op gang gekomen vanwege het feit dat de auto waar het ongeluk mee gebeurt is nooit boven water is gekomen.
Geen wonder dat mijn gedachten de laatste weken vaak teruggingen naar deze Theo, de Theo die ik persoonlijk gekend heb, een Theo die net als die Theo in Amsterdam onder bizarre omstandigheden om het leven kwam.

Joep Oorschot

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *